De bronnen bespreken woede vanuit een uniek, energetisch perspectief, waarbij twee kernconcepten centraal staan: de interface en de coherente nexus. De interface fungeert als een poort die externe prikkels waarneemt en interpreteert, inclusief fysieke, emotionele en energetische zintuigen. Wanneer de interface een prikkel als een bedreiging waarneemt, stuurt deze een alarmsignaal naar de coherente nexus, het energetische hart van ons wezen. Een verstoring van de harmonische resonantie in de nexus leidt tot de opbouw van gecomprimeerde energie, die zich vervolgens ontlaadt als woede. De tekst biedt een praktisch stappenplan om woede te beheersen door de energetische reactie te herkennen, de ademhaling te herstellen, de oorspronkelijke prikkel te onderzoeken en een coherente respons te kiezen, met als doel de nexus te versterken en zo emotioneel meesterschap te bereiken. Dit model verschilt van traditionele psychologische benaderingen door de focus op onderliggende energiefelden.