Listen

Description

Als Pieter ’s-avonds in bed ligt, ruikt hij regelmatig, dat zijn moeder eten kookt. Maar de andere dag komt dat niet op tafel, terwijl ze toch allemaal hongerig zijn. Hij hoort ook zijn moeder ’s-Avonds de deur ui gaan. Pieter wil weten, waar het eten blijft en volgt zijn moeder, zonder dat zij het merkt. Hij ziet, dat ze afgeeft bij de kerk om de hoek. Wat nu? Hij durft het niet te vragen. Maar zijn ouders vertellen het Pieter. Het eten gaat naar de mensen die ondergedoken zitten in de kerk. En die onderduikers zijn… de bovenburen! De vader van Pieter had ze daar in veiligheid gebracht! Esther dus ook! Pieter is helemaal blij. Maar hij mag niet naar ze toe. Teveel risico, dat ze gezien en verraden worden. Maar ze mogen elkaar wel briefjes schrijven. Moeder zal die meenemen bij het brengen van het eten. Dat doen ze! In de briefjes vertellen ze elkaar over hun leven als kind in de laatste oorlogswinter.