Wat is religie? Daarover heb ik hier al het een en ander gezegd. Heb je dat nou nog niet gezien, dan vind je dat hierboven of hiernaast en ook nog eens in de beschrijving. Vandaag borduur ik daarop voort. Ik benader het fenomeen even niet theologisch, maar eerder antropologisch. Een klein beetje afstand doet soms wonderen voor de helderheid.
Religie valt volgens mij ten diepste samen met haar ritueel. Zij heeft natuurlijk nog een hele hoop andere aspecten, maar die bloeien volgens mij op uit het ritueel en blijven afhankelijk van het ritueel. Vergelijk het maar met een zangstem uit de radio. Als je de stekker eruit trekt stopt het liedje midden in een zin. Zo is ook de religie dood zodra zij niet meer ritueel wordt uitgevoerd of wanneer haar rituelen niet meer serieus wordt genomen.
In 394 dwong de fanatiek christelijke keizer Theodosius de Vestaalse maagden om hun heilige haardvuur te doven. Op hetzelfde moment veranderde de godin Vesta van een godin in een herinnering. Net zo werd op een dag de orakelpriesteres van Delphi van de driepoot getrokken waarop zij altijd boven de vulkanische dampen had gehangen. Op die dag stierf niet alleen de stem van haar voorspellingen, maar loste ook de god Apollo met dampen en al in de lucht op. Hij veranderde van een levende werkelijkheid in een cultureel symbool.
Priesters en aanverwante religieuze bedienaars worden in de antropologie niet voor niets ‘rituele specialisten’ genoemd. Hun identiteit en vooral ook hun autoriteit ontlenen ze niet aan de verhalen die ze vertellen of de regels die ze stellen, laat staan aan hun eigen wijsheid, maar alleen en louter uit het ritueel dat ze voltrekken.
Dat ritueel heeft veel meer om het lijf dan er op het eerste gezicht aan af te zien is. Het lijkt meer op een organisme dan op een menselijke constructie. De priesters bedenken het niet en maken het niet maar ontvangen het uit de traditie: ze zijn er niet zomaar meester over. Zodra ze er zodanig aan gaan sleutelen dat het als mensenwerk ervaren kan worden valt de vervoering dood en wordt het ritueel een plichtpleging.
Als zo’n kunstmatig ingrijpen in het ritueel universeel worden opgelegd of ingevoerd, en als de priesters daarin verharden, dan begint hun godsdienst af te sterven en daarmee tegelijk ook hun autoriteit. Dus ook de autoriteit die ze nodig hebben om hun fout eventueel nog te herstellen. Mochten ze dat nog willen dan moeten ze snel zijn, anders hebben ze hun religie per ongeluk per decreet opgeheven.
Of ze wijs zijn of niet en of ze een goed verhaal vertellen of niet doet er dan plotseling nauwelijks nog toe: er blijft van hun traditie niets over dan een schim waar mensen uit gewoonte en nostalgie misschien nog een tijdje aan meedoen, maar waar ze zich niet meer aan gebonden voelen en waaraan ze ook geen fundamenteel houvast meer vinden. Dat kan nooit langer dan één generatie vol te houden zijn.
Ritueel is in een religie nucleair - in de beide betekenissen van dat woord. Ten eerste omdat het de nucleus, het dragende middelpunt ervan uitmaakt. Je kunt verhalen vertellen en regels stellen, maar die zijn op zichzelf nooit langdurig genoeg overtuigend om een samenleving te dragen. Mensen hebben weliswaar verstand, maar dat maakt ze nog geen rationele wezens. Mensen zijn in eerste instantie affectief, in tweede instantie gevoelswezens en pas daarna denken ze misschien af en toe ook nog wel eens na.
Dus als jij een verhaal te vertellen hebt, een openbaring of een wet, dan zal die pas overtuigen als hij bezield is en als ook anderen dan jijzelf werkelijk contact kunnen maken met die ziel. Daarvoor zal alleen taal nooit genoeg zijn. Ten eerste omdat zelfs de beste gedichten en verhalen onverdraaglijk worden als je ze maar vaak genoeg hoort. Ten tweede omdat taal een veel grover instrument is dan veel mensen denken. Het meest wezenlijke van het leven kun je er niet in uitdrukken. Waarom je van iemand houdt, bijvoorbeeld. Ten derde omdat taal leeft en dus voortdurend verandert. Wat vandaag indrukwekkend klinkt werkt over een jaar of dertig in het beste geval nog aandoenlijk, maar meestal alleen nog potsierlijk.
Ook kan taal liegen. De enige manier waarop je zeker kan weten dat je niet voor de gek wordt gehouden is wanneer je zelf rechtstreeks in gemeenschap kan treden met wie of wat die taal bezielt. Als je het bewustzijn van degene die tegen je spreekt kunt proeven of meebeleven. Zoiets is onmogelijk met alleen woorden of beelden tot stand te brengen. Dat kan alleen op de extatische manier die we sacramenteel noemen, en die wordt door riten bewerkt. Daarom draagt het ritueel de leer en de ethiek, en niet andersom.
Als ik luister naar een verhaal uit het Evangelie weet ik niet of het waar is. Het is wel oud en eerbiedwaardig, maar dat zijn de verhalen over Apollo en Vesta ook. Het is wel ontroerend, maar dat is het verhaal over het meisje met de zwavelstokjes ook. Er worden wel heel verstandige dingen in gezegd, maar dat doen de dialogen van Plato ook. Pas op het moment dat ik het altaar nader en zie dat daar God zich laat slachten en zich te eten geeft aan mij, omdat Hij met heel zijn wezen wil dat ik leef, wordt dit verhaal ineens een heel ander verhaal. Het ritueel kan mij niet meer bedriegen omdat het mij laat deelnemen aan zijn ziel.
Maar dat maakt het ritueel ook nucleair in de andere betekenis van het woord: gevaarlijk en alverwoestend als het wordt misbruikt. Je kunt er een cultuur of samenleving - een leefwereld - mee verlichten en voeden en verwarmen, maar je kunt diezelfde wereld er ook volkomen mee vernietigen. De goddelijke vonk ervan kan weliswaar zelf niet bedriegen, want die is wat zij is. Maar ze kan wel worden vervalst.
Ten eerste kan zij worden gesuggereerd waar zij in werkelijkheid niet brandt.
Bijvoorbeeld als politici of grote bedrijven echo’s van het ritueel gebruiken om zichzelf of hun producten met een afgodische afglans op te tuigen. De hoogmis van het Apple-event en de epische muziek die klinkt als op een partijcongres de lijsttrekker verschijnt. Natuurlijk duurt een dergelijke illusie nooit lang, en wordt bovendien bijna altijd afgestraft, uiteindelijk. De vervalsers kunnen namelijk nooit voldoen aan de verwachtingen die door dergelijk gedrag worden gewekt.
Erger is het wanneer niet de suggestie van het heilige wordt vervalst, maar het heilige zelf. Dat gebeurt wanneer de bedienaars ervan overmoedig worden en denken dat ze het heilige naar hun eigen smaak kunnen herscheppen, minder primitief maken, logischer, meer bij de tijd.
Zij lijken op tuinlieden die alle takken van een kromme appelboom zagen en ze er daarna recht weer aanschroeven. En er dan verbaasd over zijn als hij in het voorjaar geen bloesem meer zet.
Zij lijken op een onnozel meisje dat trouwt met een jongen die ze niet bemint zoals hij is, maar die ze denkt nog wel te kunnen veranderen. Dat draait op scheiding uit. Of op het verdwijnen van God uit het ritueel, in dit geval.
Dat is een absolute ramp voor iedereen die zich daarin heeft geïnvesteerd. Want het ritueel is niet alleen nucleair voor de religie, maar de religie is weer nucleair voor de individuele gelovigen en uiteindelijk voor de samenleving die erop is gebaseerd. Want elke samenleving is uiteindelijk religieus gefundeerd, steunt ergens diep in de fundamenten op het Absolute. Zonder dat is nu eenmaal geen mens in staat zijn individuele en tijdelijke belangen en zorgen en vooral zijn eigen wil lang genoeg op te schorten om zich te voegen naar een gezamenlijk bestaan. Niet voor niks zeggen de vadertjes van het Tweede Vaticaanse Concilie in hun document over de Kerk: “Door deel te nemen aan het Eucharistisch Offer, bron en hoogtepunt van heel het christelijk leven, dragen zij het goddelijk Slachtoffer en met dit offer ook zichzelf, aan God op.” Dat gezamenlijke zijn moet een gezicht hebben dat het louter menselijke te boven gaat. Moet groter zijn dan een charismatische leider die er eventjes is en dan weer verdwijnt. Moet ook groter zijn dan een logische afspraak of een rationele filosofie. Want die zijn nu eenmaal zonder overstijgend fundament voor mensen niet uit te houden. En dan mankeert het ze aan identiteit en zelfvertrouwen en dat is een toestand die verwoestende uitbarstingen van onzekerheid voortbrengt.
Onze voorouders wisten dit alles veel beter dan wij en waren allesbehalve gek toen ze hun bloed, zweet, tranen en centen investeerden in hun kerken en kathedralen. De toeristen die erin samendrommen hebben geen flauw benul dat heel die stenen symfonie draait om het opdragen van de Mis. Dat komt waarschijnlijk ook omdat die Mis niet veel indruk meer maakt. Ze werkt nogal eens als die rechtgezaagde appelboom waar ik het daarnet al even over had. Het paradoxale is, dat juist alle pogingen om haar toegankelijker te maken haar onverstaanbaar hebben gemaakt. Zó zakelijk en rationeel, zo verbaal en vol met lappen tekst dat alleen theologische experts er het wonder nog in kunnen onderscheiden. Anderen zien meestal een wat verveelde meneer in een gifgroene poncho die achter een keukentafel eindeloos staat te praten en op een gegeven moment even met een koekje zwaait. Dat alles terwijl de vijf mensen die voor de keukentafel zitten halfhartig oubollige teksten zingen op Poolse volksmelodietjes.
Menselijkerwijs is de zaak hiermee verloren, en dus onze cultuur en onze leefwereld ook. Zonder Mis is zal er al snel geen westen meer zijn. De scheuren en spleten openbaren zich al overal. Het is de vraag of we daar wanhopig van moeten worden. Misschien is onze God gewoon moe en wil Hij naar bed. Om morgen, nieuw, weer op te staan.
Of is dat helemaal nergens voor nodig en zetten we gewoon door? Beginnen we weer met onze cultus serieus te nemen, en daarmee ook onze kunst, onze muziek, onze literatuur en onze manieren? Niet om ze af te schermen en er anderen mee te slaan, even voor de helderheid, maar om gedeeld en gevierd te worden. Volgens mij kan dat nog steeds. Maar als we dat willen moeten we wel een gedegen en principieel antwoord hebben op de volgende vragen: Mag de grond van onze kerken weer heilig zijn, mogen onze priesters gewoon hun geheimpjes met God hebben en mogen de gelovigen gewoon weer verstaan in plaats van alles te moeten begrijpen?
Of gaan we liever kapot dan toe te geven dat we eraf hadden moeten blijven?
Zeg het maar.