Dagboekfragment week 2.
Ik wist al twee jaar dat je doodging dus ik dacht dat ik voorbereid was op het feit dat jij er op een dag niet meer zou zijn. Maar dat is dus niet. Ik snap nu waarom ze verlies soms rauw noemen. Het voelt alsof mijn vel van mijn lijf is gerukt en ik alleen maar open wonden heb.
_________
Over brieven aan mijn mama.
Mijn mama sterft op 16 december 2019 en mijn onwaarschijnlijke zoektocht naar een leven zonder haar vangt aan. Op die datum postte ik mijn eerste brief aan haar op Facebook en ontplofte mijn mailbox met berichten van mensen die exact voelden wat ik voelde en zich getroost wisten door mijn brief. Drie jaar later maak ik van de brieven een podcast over het jaar van de eerste keren zonder haar.
_____
Brief week 2.
“Adem in, adem uit en leef. Komaan Smeyers … LEEF GODVERDOMME!”
Ik lig op de vloer van de slaapkamer in het huis in Frankrijk. Het is vier uur in de morgen en minus twee buiten. De koude dringt langzaam via een kier in het oude raam mijn lijf binnen. Ik lig al ongeveer een halfuur op de grond. De echtgenoot slaapt. Ik hoor hem diep in en uit ademen. Ik adem met hem mee. In en uit, in en uit.
Bij het opstaan, voelde ik de kracht uit mijn benen wegvloeien. Het werd ijl in mijn hoofd. Ik herkende alle signalen van een appelflauwte.
Uit een ver zwangerschapsverleden herinnerde ik me dat koude een goede genezer is. Daarom lig ik nu hier op de vloer en adem in en uit op het ritme van de ademhaling van mijn echtgenoot.
Ik wil hier niet zijn.
Afgelopen vrijdag hebben we je begraven. Gelukkig hadden we Caroline om ons te helpen. Ik heb een brief voorgelezen. Drie keer ben ik gestopt om adem te halen en mijn tranen weg te vegen. Maar ik heb het gedaan, precies zoals ik je had beloofd.
Ik dacht na de uitvaart opnieuw gewoon te leven. Ik hunkerde naar werken, vrienden, vrijen en herleven. “Hoe naïef”, denk ik bij mezelf en probeer of ik al kan staan.
De echtgenoot wordt wakker. “Gaat het?”, vraagt hij. “Laat me met rust”, blaf ik om twee seconden later een welgemeende sorry te zeggen. “Sorry schat, ik voel me niet zo lekker”. Hij zegt niets, heft de lakens op en trekt me tegen hem aan. “Het is ok”, fluistert hij en valt terug in slaap.
Ik voel overal pijn, mams, alsof ik griep heb. Ik durf niet aan jou denken. Dan overspoelt het verdriet me alsof ik verdrink in de Middellandse zee. En ik heb dieptevrees. En er zwemmen ongeveer 45 verschillende soorten haaien in die zee.
Ik wil hier niet zijn.
Hier, dat is Frankrijk. Met 15 mensen in een huis. Terwijl ik genees in stilte en eenzaamheid. Maar de echtgenoot vroeg om mee te gaan. Hij dacht dat ik me beter zou voelen onder vrienden. Ik liet me overhalen, tegen beter weten in.
“Sorry”, zei hij gisteren.
Dan herken ik wat ik voel. Paniek. Ik had een ouderwetse paniekaanval. Ik ben bang om te leven zonder jou. Ik, de rebelse punker, die jou meermaals de kast opjoeg. Die als kind en puber echt wel zonder jou kon. Hier lig ik dan. Ineengedoken, koortsig, bibberend en vooral immens verdrietig.
Ik wil hier niet zijn.
__________
In deze episode leest Kris Philips [Weg van Woorden] de tweede brief voor en vertel ik hoe ik die week beleefde aan de hand van mijn dagboekaantekeningen en herinneringen. Ben je fan of ken je iemand die geholpen is met mijn verhaal? Deel dan de link van deze podcast met deze persoon. Wil je graag jouw verhaal met mij delen? Dan mag je me altijd mailen post@katriensmeyers.be