Listen

Description

27 januari 2020
Drie jaar later heb ik op deze datum paars haar en hoe dat komt vertel ik je languit in episode 6 van Brieven aan mijn mama. Ondertussen zijn Sarah en ik, volop terug in het leven geworpen en worstelen we ons doorheen de dagen en uren. Doordat mijn mama zelf alles had geregeld voor haar sterven is de overgang van uitvaart naar gewone leven heel abrupt. Geen huis om leeg te maken, geen spulletjes om te verdelen, geen papieren om in orde te brengen. Tegelijkertijd vind ik ook troost in feit dat ik mezelf sinds haar sterven terugvond en leg ik je dus uit waarom ik een "purperen pliqueske" (hopelijk is dat een woord) in mijn haar heb. 

__________

Over Brieven aan mijn mama.
Mijn mama sterft op 16 december 2019 en mijn onwaarschijnlijke zoektocht naar een leven zonder haar vangt aan. Een week later postte ik mijn eerste brief aan haar op Facebook en een tsunami van berichten met mensen die voelden wat ik voelde overspoelde mijn mailbox. Drie jaar later maak ik van de brieven een podcast over het jaar van de eerste keren zonder haar.

__________

Brief week 6.
Dag Mammie,

Zes weken ben je dood. Acht weken geleden sprak je je laatste woorden. Tien weken geleden besliste je dat het genoeg was. Zesentwintig weken geleden beseften we dat je aan je laatste stukje leven zat. Dat je lichaam het gevecht niet meer aankon. Jij nog wel maar je lijf niet meer. Honderdzes weken geleden wisten Rudy en jij al wat je te wachten stond.  Ik nog niet. Je wilde wachten tot na mijn verjaardag. Binnen twee weken weet ik honderdvier weken dat jij zal doodgaan.  Niet dat we tellen.

Ik kan het nog steeds niet bevatten. Ik weet het wel. Uiteraard weet ik het. Maar de connectie tussen weten dat jij er niet meer bent en ook begrijpen is weg. Vandaag was ik wat aan het opruimen. Nee, ik was eigenlijk iets aan het zoeken en tegelijk aan het opruimen. Ik vond een kaartje van jou. Mijn verjaardag vorig jaar. Er staat niets in behalve ‘Mams’. Geen boodschap zoals alle andere jaren. Alsof je niet wist wat zeggen. Dat snap ik. Wat zegt een stervend mens nu in godsnaam nog?

Zelf heb ik jou nog zoveel te zeggen. Maar dat gaat niet en dus schrijf ik het maar op. Niet alleen in mijn wekelijkse brief aan jou. Op -ondertussen- tientallen papiertjes staan zinnetjes geschreven. Dingen die ik normaal gezien allemaal aan jou zou vertellen.

Ik mis je. Ik mis je meer dan ik woorden heb. Hoe meer ik besef hoe hard ik je mis, hoe meer ik weet dat wij nog niet uitgepraat waren. Dat ik zoveel dingen zonder jou zal moeten doen en dat het verdomd lang gaat duren voor ik al die dingen kan doen zonder jou. Nu doe ik ze gewoon, omdat het moet.

Ik mis het ook om niets meer te doen te hebben. Je had alles zo goed voorbereid. Je huis verkocht, helemaal leeggemaakt, spulletjes verdeeld, paperassen in orde gemaakt. Het was een deel van jouw verwerkingsproces. Daarmee heb je toch een stukje rouwproces afgepakt. Door mijn jeugd gaan met spulletjes en allerhande gerief had me wel geholpen met afscheid nemen. Ondanks het vele werk, heb ik er behoefte aan om constant dingen vast te pakken die van jou zijn. Om herinneringen door mijn handen te laten gaan.

Dat is uiteindelijk het enige dat ons nog rest. Wat spullen en een hoop herinneringen. En Jezus, ik ben een geit voor elke keer dat ik tegen iemand heb gezegd dat ze toch nog hun herinneringen hebben. Als ik het nu tegen mezelf zeg, dan hoor ik de plastiek erachter. De platitude, om het met een schoon woord te zeggen. Het is zo ongeveer het stomste dat ik kon zeggen. Ik weet nu, dat ik beter niks meer zeg en gewoon een tas thee maak met veel honing, een hand op de arm leg en luister. Gewoon luisteren naar het verhaal.

Mensen helpen dat verhaal te vertellen.

En ik voel me ook, hoe raar dit klinkt, blijer dan ik ooit in jaren ben geweest. Door jouw vraag: “Zijt ge wel wie ge moet zijn? Zijt ge nog altijd die punker die me het bloed onder mijn nagels haalde maar wel 100% haar goesting deed?”, wist ik. Ik ben stukjes van mezelf ergens onderweg verloren. Ik ben ze allemaal gaan terughalen. Hoe meer jij doodging, hoe meer ik mezelf werd, inclusief een hanenkam voor 45 plussers.

Blijer dan ooit en verdrietiger dan ooit. Zo dicht liggen de tegenstrijdigheden bij elkaar. En toch is het waar. Eergisteren zei iemand me dat ik ook over mijn punkvisie op ondernemen zou moeten schrijven. Misschien doe ik dat wel. Ik denk erover na.  Ik heb al zoveel verhalen in mij laten verloren gaan. Gewoon, omdat ik dom was en niet geloofde in mezelf. Gelukkig deed jij dat wel. Altijd, vanaf mijn eerste dag in jouw leven. Ik weet dat er nooit nog iemand zal zijn die zo onvoorwaardelijk in mij gelooft. Dat doet me weer beseffen:

“Ik mis je meer dan ik woorden heb.”

__________

Voor deze podcast krijg ik hulp van Kris Philips [Weg van Woorden] en zelf vertel ik hoe ik de week beleefde aan de hand van mijn dagboekaantekeningen en herinneringen. Ben je fan en ken je iemand die geholpen is met mijn verhaal? Deel dan de link van deze podcast met deze persoon. Wil je graag jouw verhaal mij mij delen? Dan mag je me altijd mailen post@katriensmeyers.be