Dagboekfragment 10 februari 2020
“Ziedewel dat ge uw klopke nog ging krijgen”. Letterlijk een dooddoener. Ik dacht dat ik klop ging geven. Alsof ik opgelucht zou zijn omdat ik dan eindelijk met mijn leven kon verdergaan en me terug op mijn gezin kon focussen? Dat klopke krijg ik nog altijd. Op onverwachte en vaak zeer ongepaste momenten dus ja... ergens kreeg ze gelijk maar niet op de manier waarop zij het bedoelde.
__________
Over Brieven aan mijn mama.
Mijn mama sterft op 16 december 2019 en mijn onwaarschijnlijke zoektocht naar een leven zonder haar vangt aan. Een week later postte ik mijn eerste brief aan haar op Facebook en een tsunami van berichten met mensen die voelden wat ik voelde overspoelde mijn mailbox. Drie jaar later maak ik van de brieven een podcast over het jaar van de eerste keren zonder haar.
__________
Brief week 8.
Vele eerste keren hadden we al sinds 16 december. Een eerste keer kerst die dan meteen ook de eerste van Sarah was, eerste keer Nieuwjaar zonder jou. Een eerste keer skiën voor Rudi zonder jou. Een eerste keer mijn verjaardag volgende zondag.
Vorig jaar schreef ik op mijn facebook pagina dat we heel goed wisten wat het betekende dat je me nog een kaartje kon geven, een bos bloemen en een gelukkige verjaardag kon wensen. Maar sowieso vergeet ik mijn verjaardag nooit meer. Het jaar voordien kwam je vertellen dat je heel erg ziek was. Ik lieg. Je had gewacht tot de 17e net 1 dag na mijn verjaardag. Toch dicht genoeg bij de 16e. Mijn 44e verjaardag ga ik nooit meer vergeten.
Ik plande begin januari een feestje met verse pizza’s in onze oven en veel bubbels. Hoe dichter de dag komt, hoe meer ik besef dat dit het stomste was dat ik ooit had kunnen doen. Niet dat ik geen feestbeest ben. Ik hou wel van fijne bijeenkomsten, lekker eten en goeie vrienden. Ik ben er gewoon nog niet klaar voor. Al is de kans groot dat ik me de hele namiddag verstop op de slaapkamer, toch doe ik het. Niet omdat ik mezelf wil verplichten maar wel omdat het hele goeie vrienden zijn. Die er niet van wakker liggen als ik me verstop op de slaapkamer. Die het begrijpen.
Ondertussen voel ik in elke vezel van mijn lijf protest. Mijn rug, die doet de hele dag door pijn. Volgens de osteopaat zit die in een soort van constante kramp waardoor organen verkleefd zijn. Ik onderga al een maand een martelbehandeling. Osteopathie is iets wat normaal geen pijn doet maar nu schreeuw ik het uit op de behandeltafel. Vorige keer keek ze me aan en zei dat ik het verdriet echt moest loslaten uit mijn lichaam. Ik keek terug en zei dat ik langs geen kanten wist hoe ik daar aan zou moeten beginnen. Dat het verdriet ophouden momenteel mijn enige overlevingsmechanisme is.
En ik weet het, echt ik weet het mams. Beter slapen zou al veel doen, gezonder eten ook. Meer bewegen en wat vriendelijker zijn tegen de mensen. Echt, ik doe mijn best. Ik ben de best mogelijke versie van mezelf die ik kan zijn op dit moment. Ook al is het niet veel soeps. Eens een keer doorslapen zou zo welkom zijn. Maar alles in mijn lijf protesteert tegen jouw afwezigheid. Ik voel me letterlijk verscheurd. In twee gedeeld. Ik weet niet waarom jouw sterven me zo overhoop haalt. Zelf sta ik er soms ook naar te kijken alsof ik een vreemde ben.
Gisteren zei iemand me het beruchte ‘Ziedewel’.
“Ziedewel dat ge uw klopke nog ging krijgen”. Ik dacht dat ik klop ging geven. Natuurlijk ging ik me slechter voelen na jouw dood dan ervoor. Wat had ze nu gedacht? Dat ik opgelucht zou zijn? Omdat jouw lijden voorbij was? Dat ik dan eindelijk met mijn leven kon verdergaan? Dat ik me dan terug op mijn gezin kon focussen? Want dat hoor ik ook veel.
“Het zal je wel goed doen dat je nu de draad terug kan oppikken.”
Welke draad denk ik dan? Diegene die juist is doorgeknipt. Die nu als een los eindje hangt te wapperen in een boom terwijl ik ernaar sta te springen als naar de 'flosh' op de kermis. Het beeld van het draadje blijft hangen. Het is exact hoe ik me voel. De reden waarom ik zoveel fysieke pijn heb. Omdat ik sta te springen. Naar dat beeld van jou. Naar je stem die ik nu al een beetje ben vergeten. Naar de duizend herinneringen die ik op briefjes schrijf.
Ik ben zo moe, mams. Ik ben zo moe.
__________
Voor deze podcast krijg ik hulp van Kris Philips [Weg van Woorden] en zelf vertel ik hoe ik de week beleefde aan de hand van mijn dagboekaantekeningen en herinneringen. Ben je fan en ken je iemand die geholpen is met mijn verhaal? Deel dan de link van deze podcast met deze persoon. Wil je graag jouw verhaal mij mij delen? Dan mag je me altijd mailen post@katriensmeyers.be